Leidinggeven
      Online Cursus
          Leidinggeven kun je leren met de gratis online cursus 'leidinggeven' van EGOclub     |     Terug naar alle cursussen »
          Les 3 Ken jezelf, wees jezelf

1. INTRODUCTIE

In veel boeken en cursussen over leiderschap wordt veel aandacht gegeven aan hoe je moet omgaan met teamleden, hoe je hen kunt motiveren, hoe je het team beter leert kennen en laat samenwerken enz. Maar het belangrijkste aspect wordt over het hoofd gezien: een leider moet zichzelf door en door kennen.

Zelfkennis staat aan de basis van elke succesvolle leider. Leiderschap gaat om het overbrengen van ideeën en het stimuleren van veranderingen. Dat kun je niet alleen, daar heb je volgers, een team, een groep voor nodig. Als je effectief wilt bouwen aan relaties en het smeden van een hecht team, zul je op de eerste plaats jezelf moeten kennen.

In deze les leer je hoe je jezelf leert kennen en geven we je een leidraad om mee aan de slag te gaan. Je leert je kernkwaliteiten (sterke punten) kennen, en hoe je op basis daarvan kunt ontdekken waar mogelijke gevaren op de loer liggen.

2. BEN JE EEN LEIDER?

In Groot-Brittannië is in 2005 een onderzoek gedaan naar de achtergrond van directeuren en leden van raden van bestuur. Maar liefst 90% van de ondervraagden had in hun schooltijd al een leidersrol als bijvoorbeeld klassenvertegenwoordiger of aanvoerder van een sportteam. Het zit er dus al vroeg in, maar het betekent niet dat leiderschap niet geleerd kan worden. De belangrijkste voorwaarden zijn de wil om iets te bereiken en geloof in jezelf. Op dat laatste komen we later in deze cursus uitgebreid terug.

Kijk eens naar je eigen historie. Was je als kind al een leiderstype? En hoe zit dat in de familie? Zijn er in je familie leiders (geweest)? Denk daarbij niet alleen aan directeurschappen, maar ook op kleinere schaal, bijvoorbeeld sportverenigingen of hobbyclubs.

En kijk vervolgens naar jezelf. Heb je jezelf al dingen aangeleerd die nodig zijn voor goed leiderschap? Denk aan communicatieve vaardigheden, respect voor anderen en openstaan voor ideeën. En de allerbelangrijkste vraag: heb je de wil, de ambitie om een (betere) leider te worden?

Wij denken dat je de laatste vraag met een volmondig ‘ja’ kunt beantwoorden. Anders zou je deze cursus niet volgen.

3. KAN IEDEREEN EEN LEIDER WORDEN?

De eerste voorwaarde om een (betere) leider te worden is: je moet het willen. Sommige mensen hebben helemaal niet de behoefte om de leidersrol op zich te nemen, en dat is maar goed ook. Een groep kan niet uitsluitend uit leiders bestaan.

Toch zijn er ook leiders ‘tegen wil en dank’ (zie hoofdstuk 2 van de vorige les). Deze mensen krijgen het leiderschap opgedrongen. Hoewel ze er niet om vroegen, hebben ze zich ook niet tegen het leiderschap verzet, en zijn in hun rol ‘gegroeid’. Dat betekent dus dat ze de situatie hebben aanvaard en vervolgens zich daaraan hebben aangepast om een goed leider te worden.

Iedereen die een (betere) leider wil worden, kan zich de benodigde vaardigheden aanleren. Daarvoor is deze cursus bedoeld. Let wel: het gaat niet om het aanleren van ‘trucjes’, het gaat om de ontwikkeling van eigenschappen en vaardigheden, waardoor je beter in staat bent om richting te geven en mensen te motiveren. Deze cursus leert je de sterke kanten van jezelf te ontdekken en hoe die bij het leidinggeven te gebruiken. Ook leren we je creatief te denken, hoe je ‘buiten het boekje denken’ kunt ontwikkelen.

4. ZELFKENNIS

Een leider moet zichzelf door en door kennen, een grote mate van zelfkennis dus. We horen het je al zeggen: “Maar ik ken mijzelf heel goed!”. Is dat zo? Ga eens goed na welke drempels je soms over moet en wat je sterke en zwakke kanten zijn. Ieder mens heeft bepaalde drempels en minder goed ontwikkelde talenten, net als ieder mens ook sterke punten heeft.

Waarom doe je de dingen zoals je ze doet? Geeft dat altijd het beste resultaat? Is er een reden of oorzaak aan te wijzen voor de manier waarop je dingen aanpakt? Waar ben je heel erg goed in en wat zou wel wat beter mogen? Doe je dingen altijd op dezelfde manier en waarom?

Je moet daarbij volstrekt eerlijk tegenover jezelf zijn en dat kan heel moeilijk zijn. Een open gesprek met anderen (vrienden, partner, familieleden, (ex-)collega’s ) over jou kan daarbij helpen; je krijgt betere antwoorden dan wanneer je alleen jezelf onderzoekt. Zo kunnen ze kernkwaliteiten benoemen, waarvan je niet eens besefte dat je ze had. Voorwaarde is natuurlijk dat een ander zich vrij voelt om alles te kunnen zeggen. Iemand die van je afhankelijk is (in wat voor relatie dan ook) is geen goede ‘sparring partner’.

5. ZELFKENNISTEST

Om een eerlijk beeld van jezelf te krijgen kun je ook het onderstaande vragenlijstje invullen en datzelfde vragenlijstje door een of meerdere anderen. Voor een echt eerlijk beeld, laat je anderen dit lijstje anoniem invullen.

Dit ben ik:

Tolerant en begripvol
Een contactpersoon voor teamleden
Diplomatiek
Flexibel
Autoritair
Gevoelig
Rolmodel
Nauwkeurig
Spontaan
Betrouwbaar
Organisatorisch talent
Bemiddelaar Humorvol / gevoel voor humor
Veelzijdig
Bereid te helpen

Hier ben ik goed in:

Anderen motiveren
Overzicht houden
Heb geen vooroordelen
Opbouwende kritiek geven
Koel blijven in crisissituaties
Observeren
Een gesprek leiden
Objectief blijven tijdens discussies
Hulp bieden als iemand die nodig heeft
Fouten toegeven
Luisteren
Boeiend vertellen


Ja     Nee
Ja     Nee
Ja     Nee
Ja     Nee
Ja     Nee
Ja     Nee
Ja     Nee
Ja     Nee
Ja     Nee
Ja     Nee
Ja     Nee
Ja     Nee
Ja     Nee
Ja     Nee
Ja     Nee


Ja     Nee
Ja     Nee
Ja     Nee
Ja     Nee
Ja     Nee
Ja     Nee
Ja     Nee
Ja     Nee
Ja     Nee
Ja     Nee
Ja     Nee
Ja     Nee


Ja     Nee
Ja     Nee
Ja     Nee
Ja     Nee
Ja     Nee
Ja     Nee
Ja     Nee
Ja     Nee
Ja     Nee
Ja     Nee
Ja     Nee
Ja     Nee
Ja     Nee
Ja     Nee
Ja     Nee


Ja     Nee
Ja     Nee
Ja     Nee
Ja     Nee
Ja     Nee
Ja     Nee
Ja     Nee
Ja     Nee
Ja     Nee
Ja     Nee
Ja     Nee
Ja     Nee

6. KERNKWALITEITEN

Als het goed is, kwamen er uit je zelfonderzoek enkele kernkwaliteiten, eigenschappen die tot het wezen van je persoon horen. Je bent bijvoorbeeld zorgzaam, daadkrachtig, gevoelig, nauwkeurig of gedreven.

Op zich zijn dit allemaal ‘goede’ eigenschappen, maar alleen in de juiste dosering. Als je erin doorschiet kan zorgzaamheid omslaan in betutteling, daadkracht wordt drammerigheid, gevoelig wordt sentimenteel, nauwkeurig wordt pietluttig, en gedreven wordt onverdraagzaam. Het komt vaak voor bij mensen die met een bepaalde aanpak succes oogstten en die aanpak daarom blijven volgen tot het overdreven wordt. Je sterke eigenschap wordt dan een zwak punt. Je moet je bewust zijn van deze zogeheten valkuilen. Zodra je die onder ogen ziet, kun je er iets aan veranderen.

Zelfkennis is geen momentopname van jezelf. Je moet je voortdurend afvragen wat je sterke en zwakke punten zijn en of die nog steeds hetzelfde zijn. Heeft de aanpak die vorig jaar zo goed werkte nog steeds het gewenste resultaat? Zo niet, waardoor komt dat? Door omstandigheden, of doordat je zelf te ver bent doorgeschoten? Nadere uitleg in het volgende hoofdstuk.

7. HET KERNKWADRANT

Een kernkwaliteit is een van de onderdelen van het zogeheten kernkwadrant, een term die voor het eerst werd gebruikt door ir. Daniel D. Ofman. Een kernkwadrant bestaat uit een kernkwaliteit, valkuil, uitdaging en allergie. Door deze elementen voor jezelf uit te vinden en op papier te zetten, ontdek je veel over je persoonlijkheid, waarom je het moeilijk vindt om met sommige anderen samen te werken en ook waarom sommige mensen ‘allergisch’ op jou reageren.

Stel, een van je kerneigenschappen is daadkracht. Je houdt van aanpakken en je bent een doorzetter. Van anderen verwacht je hetzelfde. Het tegenovergestelde van daadkracht is passiviteit, maar dat is niet je valkuil. Je valkuil is dat je een kernkwaliteit te veel en soms op verkeerde momenten inzet. Dan is daadkracht verworden tot drammerigheid, de andere leden van je team vinden je ‘een zeikerd’.

Heb je het volgende weleens te horen gekregen? “Joh, hou nou eens op met drammen, een beetje geduld graag!” Grote kans dat je dan té daadkrachtig bent. Geduld is hier je uitdaging. Maar te veel geduld leidt tot passiviteit en dat is iets waar je als daadkrachtig persoon allergisch voor bent.

8. KERNKWADRANTEN INVULOEFENING

Om te beginnen zetten we hier enkele kernkwaliteiten en de erbij behorende valkuilen, uitdagingen en allergieën op een rijtje.

Kernkwaliteit
Daadkracht
Behulpzaam
Relativerend
Bedachtzaam
Spontaan
Accuraat
Durf
Toegewijd
Valkuil
Drammerig
Bemoeizuchtig
Lichtzinnig
Passief
Wispelturig
Pietluttig
Overmoedig
Fanatiek
Uitdaging
Geduld
Zelfstandig
Serieus
Daadkracht
Consequent
Creatief
Voorzichtig
Relativerend
Allergie
Passiviteit
Afstandelijk
Zwaarmoedig
Impulsief
Rechtlijnig
Warrig
Geremd
Onverschillig

Het meest overzichtelijk is om kernkwaliteiten, valkuilen, uitdagingen en allergieën in een schema te zetten. Hieronder vind je een blanco schema. Print dit meerdere keren uit en probeer nu zelf de schema’s in te vullen. De begrippen in bovenstaande tabel zijn slechts een selectie van kernkwaliteiten. Kijk voor meer voorbeelden terug naar hoofdstuk 5 van deze les (de zelfkennistest).

Mensen hebben gemiddeld drie kernkwaliteiten die duidelijk herkenbaar zijn. Vind je het moeilijk om die van jezelf te ontdekken, probeer dan eerst in te vullen waar je je het meest bij anderen aan ergert (je allergie). Of vraag vrienden of bekenden; die kennen jouw valkuilen maar al te goed!


9. DE WAARHEID BESTAAT NIET

Zoals bij alle schema’s en theorieën geldt ook voor het model van de kernkwadranten dat die slechts een leidraad is. Een hulpmiddel om meer over jezelf te ontdekken, en over anderen. Het is niet de enige waarheid en het is ook niet zo dat je altijd maar op je hoede moet zijn om niet in een valkuil te vallen.

Neem bijvoorbeeld de kernkwaliteit ‘durf’. Als iemand anders van je voorstellen zegt dat die hem nogal ‘overmoedig’ voorkomen, moet je natuurlijk niet meteen denken: “Oeps, mijn valkuil.” Onzin. Als jij ervan overtuigd bent dat het geen overmoedig plan is, moet je gewoon doorzetten. Een echte leider steekt boven het maaiveld uit!

Toch verwijzen we het kernkwadrant hiermee niet naar de prullenbak. Verre van dat. Het opstellen van kernkwadranten kan je enorm helpen bij het ontdekken van je sterke en zwakke punten, als je de uitkomsten van je zelfonderzoek maar kunt relativeren.

Kernkwadranten helpen ook om je teamleden beter te begrijpen. Wat zijn de kernkwaliteiten van de leden en hoe verhouden die zich tot elkaar en tot de jouwe? Kun je in de kernkwaliteiten van de leden ontdekken waarom sommige mensen beter met elkaar overweg kunnen dan anderen? Waarschijnlijk wel. Kijk maar naar het schema in de vorige les. Iemand die ‘bedachtzaam’ als kernkwaliteit heeft, kan ‘passiviteit’ als valkuil hebben. Hé, dat is nou juist de allergie van iemand die daadkrachtig is!

10. SAMENVATTING

Zelfkennis is een voorwaarde voor goed leiderschap. Daarom besteden we er in deze cursus veel aandacht aan. Je moet je afvragen wie je bent en wat je heeft gevormd. Sommige mensen vinden het moeilijk om die vraag voor zichzelf te beantwoorden, maar mensen uit je omgeving weten vaak moeiteloos je sterke en zwakke eigenschappen te omschrijven. Maak daar gebruik van.

Als je je eenmaal bewust bent van je kernkwaliteiten, weet je ook waar je (eventueel) voor moet oppassen en waaraan je (mogelijk) meer aandacht moet schenken. Oftewel, wat je uitdagingen zijn. Zie jezelf als een lekker gerecht. Die daadkrachtige soep kan wellicht een snufje meer geduld gebruiken, daar wordt die steviger van!

Je bent allergisch voor mensen die tekortschieten op jouw kernkwaliteiten. Maar probeer die irritatie eens opzij te zetten en te kijken welke kernkwaliteiten zij hebben. Je zou er iets van kunnen leren!

We kunnen niet genoeg benadrukken dat kernkwadranten slechts een hulpmiddel zijn voor het leren kennen van jezelf. Klamp je er niet aan vast, denk niet dat een valkuil altijd een valkuil is, “omdat dit nou eenmaal in mijn kernkwadrant staat.”

In de volgende les ga je verder met het onderzoeken van jezelf, een basisvoorwaarde voor goed leiderschap.

          Toets uw kennis

(De goede antwoorden op onderstaande vragen kunt u vinden boven in de rechterkolom)

Vragen

1.    Een leider moet…

A.    …de juiste kernkwaliteiten bezitten
B.    …willen leidinggeven
C.    …de juiste karaktereigenschappen hebben
D.    …zijn wil kunnen opleggen


2.    Een goede leider moet op de eerste plaats…

A.    …zijn team kennen
B.    …zijn allergieën kennen
C.    …zichzelf kennen
D.    …zichzelf verbeteren


3.    Wat zijn kernkwaliteiten?

A.    Kenmerken die tot het wezen van een persoon behoren
B.    Kenmerken die je verder moet ontwikkelen
C.    Sterke kanten van iemands persoonlijkheid
D.    Noodzakelijke kenmerken voor leiderschap

(Kenmerken die tot het wezen van je persoon behoren kunnen ook zwakke kanten zijn; kernkwaliteiten zijn sterke kanten)


4.    Een valkuil ontstaat wanneer je…

A.    je kernkwaliteiten te weinig benut
B.    allergisch reageert op mensen met tegengestelde kernkwaliteiten
C.    je ‘uitdaging’ niet herkent
D.    je kernkwaliteiten te veel toepast


5.    Iemand die als kernkwaliteit ‘daadkracht’ heeft is allergisch voor:

A.    Drammerigheid
B.    Passiviteit
C.    Lichtzinnigheid
D.    Creativiteit


6.    Iemand die als kernkwaliteit ‘accuratesse’ heeft, is allergisch voor:

A.    Warrige mensen
B.    Rechtlijnige mensen
C.    Daadkrachtige mensen
D.    Afstandelijke mensen


7.    Waar ben je ‘allergisch’ voor?

A.    Mensen die betere kernkwaliteiten hebben
B.    Mensen die andere kernkwaliteiten hebben
C.    Mensen die tekortschieten op mijn kernkwaliteiten
D.    Mensen die dezelfde kernkwaliteiten hebben


8.    Wie weten uit onderstaand rijtje waarschijnlijk het beste jouw sterke en zwakke punten te benoemen?

A.    Mijn teamleden
B.    Vrienden en/of ex-collega’s
C.    Ikzelf
D.    Mijn partner


9.    Wat is de mogelijke valkuil van iemand die goed kan relativeren?

A.    Zwaarmoedigheid
B.    Passiviteit
C.    Voorzichtigheid
D.    Lichtzinnigheid


10.    Je stelt een kernkwadrant op, omdat het…

A.    …een hulpmiddel is bij leidinggeven
B.    …een basisschema is voor leidinggeven
C.    …een vaste waarde is bij leidinggeven
D.    …een voorwaarde is voor leidinggeven



Custom Search




          Antwoorden Les 3

Vraag 1. Goed antwoord: B

Vraag 2. Goed antwoord: C

Vraag 3. Goed antwoord: C

Vraag 4. Goed antwoord: D

Vraag 5. Goed antwoord: B

Vraag 6. Goed antwoord: A

Vraag 7. Goed antwoord: C

Vraag 8. Goed antwoord: B

Vraag 9. Goed antwoord: D

Vraag 10. Goed antwoord: A
          Inhoud Online Cursus Leidinggeven van Egoclub     |     Terug naar alle cursussen »


    Leidinggeven
      Online Cursus






Leidinggeven kun je leren met de gratis online cursus leidinggeven van Egoclub.
© cursusleidinggeven.egoclub.com Alle rechten voorbehouden.